Bewoners van een woongebouw worden soms geconfronteerd met verschillen in het energieverbruik voor ruimteverwarming. Dit kan aanleiding geven tot vragen wanneer het grote verschillen betreft. Dit was het geval bij het project De Koningsvrouwen van Landlust na de renovatie. Het helpt al om de bewoners inzicht te geven in de valide oorzaken van deze verschillen. Daarnaast kan de analyse worden benut om verbeteringsmaatregelen in beeld te brengen.

Meer factoren dan alleen de buitentemperatuur spelen een rol bij de warmte­behoefte voor ruimteverwarming. Bijvoorbeeld verschillen in omvang van de woning, bewonersgedrag (binnentemperatuur; natuurlijke ventilatie via te openen ramen) en isolatiegraad. Bij goed geïsoleerde woningen kan ook de bijdrage van passieve zonne-energie een duidelijke rol spelen, met name in stedelijke gebieden met dichte bebouwing en in gebouwen met veel daglichtopeningen.

De woonblokken van Woningstichting Eigen Haard aan de Charlotte de Bourbonstraat en de Louise de Colignystraat in Amsterdam zijn energiezuinig gerenoveerd in 2011-2012. Sinds de ingebruikname treden er grote verschillen op in het warmteverbruik voor ruimteverwarming. Uitgezonderd een paar extremen bedraagt het verschil in het (genormaliseerd) jaarverbruik een factor negen. In enkele gevallen waren installatiefouten bij de lage temperatuur plafondverwarming mede de oorzaak. Maar ook na herstel hiervan bleven er grote verschillen naar voren komen.

De ontwikkeling van de individuele warmteverbruiken voor ruimteverwarming voor de periode 2013 - medio 2015 bij de appartementen aan de Charlotte de Bourbonstraat en de Louise de Colignystraat.

De ontwikkeling van de individuele warmteverbruiken voor ruimteverwarming voor de periode 2013 – medio 2015
bij de appartementen aan de Charlotte de Bourbonstraat en de Louise de Colignystraat.

Uit een nader onderzoek naar zowel de technische als de sociale kant (bewoners­gedrag) kwam naar voren dat de spreiding in het warmteverbruik voor ruimte­verwarming voor het grootste deel (factor 6) wordt verklaard door de invloed van:

  • Woningdifferentiatie (factor 2): het gebruiksoppervlak van de grootste woningen zijn twee keer zo groot als van de kleinste woningen en daarmee verschillen ook de warmteverliesgevende oppervlakken van de gebouwschil ongeveer een factor twee;
  • Passieve zonbijdrage (gemiddeld factor 1,8-1,9): per woonlaag verschilt de hoeveelheid schaduw van de direct omliggende gebouwen;
  • Bewonersgedrag (factor 1,6): de setpoints voor ruimteverwarming variëren tussen 18 en 24 °C tijdens het stookseizoen.

Een factor 1,5 is dus daarmee nog niet verklaard. De oorzaken hiervan hebben vermoedelijk een technische aard. Maar ook bewonersgedrag ten aanzien van natuurlijke ventilatie (via te openen ramen) is niet uit te sluiten als verklaring.